Sinds 2015 is Jorien Van Belle ingeschreven aan de Balie van Brussel. Zij is voornamelijk actief in het administratief recht, met een doorgedreven praktijk in het overheidsopdrachtenrecht en het publiek contractenrecht in ruime zin (concessies, publiek-private samenwerkingen, enz.), het ambtenarenrecht en het aansprakelijkheidsrecht van de overheid.
Naast haar contentieuze praktijk is Jorien op verschillende niveaus betrokken bij plaatsingsprocedures, onder meer inzake adviesverlening, het opstellen van bestekken, gunningsbeslissingen en gunningsverslagen, enz. Zij staat eveneens aanbestedende overheden en ondernemingen bij in het kader van de uitvoering van overheidsopdrachten. Binnen haar overige expertisegebieden vertegenwoordigt zij haar cliënten bovendien voor hoven en rechtbanken, het Grondwettelijk Hof, de Raad van State, enz., zowel voor Nederlandstalige als Franstalige kamers. Daarnaast beschikt zij over een ruime ervaring in advisering binnen deze verschillende rechtsdomeinen.
Jorien publiceert regelmatig in diverse juridische tijdschriften en werken over vraagstukken en problematieken inzake overheidsopdrachten en treedt frequent op als spreker tijdens conferenties en studiedagen, waar zij verschillende aspecten van het overheidsopdrachtenrecht behandelt. Zij verzorgt eveneens opleidingen hierover voor administratieve overheden.
Zij is drietalig en staat haar cliënten bij in het Nederlands, Frans en Engels.
Jorien behaalde een master in de rechten, met specialisatie in grondwettelijk en administratief recht, aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB, 2014). In het kader van deze master studeerde zij tevens aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU, 2013) in het kader van een Erasmusprogramma. Vervolgens behaalde zij een LL.M. in International and European Law: Public International Law aan de Universiteit van Amsterdam (UvA, 2015).
Sinds januari 2026 draagt Jorien eveneens de titel van doctor in de rechten (VUB, 2026). Haar doctoraatsonderzoek handelt over de subjectivering van de rol van de Raad van State, meer bepaald vanuit het oogpunt van het recht op toegang tot de rechter (in het bijzonder tot de Raad van State). In dat kader voerde zij een diepgaande analyse uit van de Franstalige en Nederlandstalige rechtspraak, onder meer inzake overheidsopdrachten, ambtenarenrecht en tuchtrecht, evenals milieurecht (stedenbouw en leefmilieu). Dit verleent haar een brede kijk op de meest recente tendensen in de rechtspraak van de Raad van State, wat een belangrijke meerwaarde vormt in haar praktijk als advocate.